Passies‎ > ‎Muziek‎ > ‎

Theorie

Mijn grondhouding is zelf ontdekken. Dat maakt dat het voetstoots aannemen van de theorie voor mij soms lastig is. Soms. Meestel kan ik er al snel eenbeeld over maken. En dat beeld helpt me. Het helpt me om dingen te begrijpen. Zo ook in de muziek. Het mooie van zelf schrijven van muziek is dat je nieuwe (of dingen van anderen)  kan uit proberen. Zo ontstaat een klankbeeld. En dit klankbeeld helpt, net zoals een visueel beeld helpt. Maar terug naar de titel: Theorie.

Er is mij geleerd dat de afstand tussen noten in een oneven aantal stapjes in toonhoogten is opgedeeld. En dat je tonen hebt met een gelijk zwevende stemming. Best wel zware kost waar ik graag verwijs naar een wiki waar dit helemaal verantwoord uit de doeken wordt gedaan. Wat ik zelf herinner van mijn theorie lessen was dat tonen eigenlijk vals zijn (lees: niet-rein) en dat wij gewend zijn de tonen op een bepaalde afstand van elkaar in een bepaalde volgorde te horen. In het interessante artikel over intervallen in de muziek wordt het, voor de verdere uiteenzetting, essentiële uitleg gegeven over het westerse toonsysteem. 

Toonsystemen (majeur) zijn opgebouwd vanuit vaststaande intervallen. De voor ons westerse mensen meet bekende is die van de Majeure toonsysteem. De intervallen zijn; 1-1-1/2-1-1-1-1/2. Op een piano keyboard zitten tussen de (witte) E en F toets én de B en C geen zwarte toetsen. Dit is omdat de standaard layout gebaseerd is op dit toonsysteem. 

Toonladders hebben altijd een toonsysteem. Majeur toonladders hebben allemaal hetzelfde toonsysteem. De noot waarmee de toonladder start bepaalt de soort toonladder. Je hoort muziekanten wel eens zeggen tegen elkaar; "Het volgende nummer spelen we in E-majeur". Iedere muzikant die deze theorie kent weet dan wat hiermee wordt bedoelt en welke tonen onder deel zijn van deze toonladder.

[Op een later moment ga ik deze tekst aanvullen, mits hiervoor animo is]
Comments